Welcome to our weblog!

Op 19 September vertrekken wij voor ruim 8 maanden om door Maleisie, Australie, Nieuw Zeeland en Afrika te reizen. Op deze weblog zullen we regelmatig berichtjes en foto's plaatsen, zodat je onze avonturen kunt volgen. Naarnaast willen wij je uitnodigen om een berichtje voor ons achter te laten of een aanbeveling met plekken of hostels/hotels/campings die de moeite waard zijn.

On 19 September we are leaving for over 8 months to go travelling through Malaysia, Australia, New Zealand and Africa. We will regularly post messages and photos on this weblog so that you can track our adventures. Please feel free to leave your message or recommend places that are worth visiting or staying at.


zondag 15 juni 2008

The end

Everything comes to an end. After 8.5 months of travelling we have arrived in Johannesburg, the last stop of our journey. Within 24 hours we will be back at Schiphol Airport, where we started from on 19 September. Overall, it has been an amazing experience. We have seen so much and so much has happened. We have travelled 1000s of kilometers and met many people along the way. We have dived and snorkeled in the Pacific, Indean Ocean and South China Sea. We have been quadbiking, jetboating, glacier hiking, canooing, horseriding and rafting. We have walked and hiked through amazing scenary and have seen lots of beautiful sunrises and sunsets. We have seen the most awesome skies filled with stars. We have encountered interesting wildlife in every place we have been to. Australia has shown us what remoteness and heat is, Africa has made us realise how incredibly privileged we are. And now we are going home with mixed feelings. On the one hand, we are really looking forward to seeing our friends and family again and sharing our stories. After months of sharing bathrooms and kitchens, we are also excited about being able to enjoy the luxury comforts and privacy of our own home again. On the other hand we are sad that it is all oer now and a bit worried about having to adapt again to the pace of western working life. In the last couple of months we have slowed down so much that we are able to keep busy all day whilst actually doing very little. How will we be able to cope when we have to fit in 10 things in a day?

At last, we want to thank everyone for their nice emails and great reactions to our weblog. It has always been fantastic to get to an internet cafe and find messages from people at home keeping us up to date and telling us how they are enjoying our stories and photos. We are looking forward to seeing you all again soon!

Capetown to Johannesburg

Op zaterdag 10 mei kwamen we rond lunchtijd in Kaapstad aan, opgelucht dat we na 8 weken in de truck weer eindelijk ons eigen ding konden gaan doen. De avond ervoor had ik nog licht wraak kunnen nemen voor alle frustraties en irritaties door samen met drie andere meiden een ‘Award Ceremony’ te organiseren. Na iedereen de avond ervoor gevraagd te hebben om te stemmen, reikten we naar awards voor ‘The Best Meal’ (die Rene en ik wonnen voor onze Orux steak, hoewel dat meer aan te Oryx dan aan onze kookkunsten te danken was), en ‘Funniest Overlander’, ook awards uit aan de ‘Laziest Overlander’ (Mark – die als prijs de hele afwas van die avond mocht doen), de ‘Biggest Attention Seeker’(Rose – die een spiegeltje kreeg om om haar nek te hangen met de woorden ‘You’re amazing, voor het geval dat ze weer eens aandacht en bevestiging van anderen nodig had) en de ‘Biggest Bullshitter’ (Annie).

In Kaapstad was het koud, bewolkt en regenachtig – de eerste in weken en, met uitzondering van een paar dagen in Nieuw Zeeland, in 8 maanden, dat de temperatuur onder de 20 graden was. Aangezien het winter in Zuid Afrika aan het worden was, en dus op meerdere plaatsen kouder zou zijn dan we gewend waren, besloten we ook maar meteen naar de V&A Waterfront Mall te gaan om daar een jas voor mij, een dik vest voor Rene en een paar sneakers te kopen. Samen met onze spijkerbroeken, die Peter ’s avonds voor ons meebracht, zagen we er voor het eerst sinds maanden weer ‘normaal’uit en niet meer als vieze backpackers in verwassen kleren.

Arme Peter, komt hij ons eindelijk opzoeken, is het voor het eerst in bijna 8 maanden, in Nederland warmer en zonniger dan waar wij zijn. Hij kwam ’s avonds om 21:30 op het vliegveld in Kaapstad aan, waar we ook meteen onze huurauto voor de daaropvolgende 3 weken ophaalden.

Autorijden in Zuid Afrika in het donker is erg stressvol en ook levensgevaarlijk, ondervonden we meteen, toen we tijdens de terugweg bijna met 120 km per uur op een auto knalden die midden op de snelweg met pech stilstond. (stilstond!) De infrastructuur in Zuid Afrika mag dan op plaatsen op die van een eerste wereldland lijken, het weggedrag is duidelijk nog derde wereld. Zo lopen er hier overal mensen en kinderen langs de snelweg, soms met z’n drieën naast elkaar, en steken zo ook regelmatig de snelweg over. Zo zouden sommige auto’s al lang niet meer rond moeten rijden – APK bestaat in Zuid Afrika niet – wat ook blijkt uit de flinke hoeveelheid die je met pech langs (en dus soms ook op) de snelweg ziet staan. Zo hebben veel bestuurders niet eens een rijbewijs, en zagen we op een van de laatste dagen zelfs een auto een U-turn op een vierbaans-snelweg maken! Gelukkig is het op de meeste plekken relatief rustig, dus als je een beetje oplet en overdag rijdt, valt het allemaal nog wel mee.

Op maandag 12 mei besloten we een dagtrip rond de Kaap te gaan doen. Onze eerste stop: Boulders Beach, waar een enorme kolonie Afrikaanse pinguïns leeft. Eens een populair strand voor mensen uit de buurt om te zwemmen en zonnebaden, kwamen hier de eerste 4 pinguïns aan in de jaren 80. Ze hadden het hier zo naar hun zin dat ze besloten om te blijven, en inmiddels is de kolonie aangegroeid tot 4000 pinguïns. Het strand is inmiddels gesloten voor mensen, maar je kan wel over een boardwalk door het duingebied waar ze broeden lopen en vanaf een platform over het strand uitkijken. Een geweldig gezicht, net pinguïns die op vakantie zijn. De pinguïns zelf komen ook regelmatig even bij de mensen kijken, en zo vinden de lokale bewoners regelmatig een pinguïn in hun tuin of zelfs hun woonkamer. (Voor geïnteresseerden: de film ‘City Slickers’ is een bijzonder grappige documentaire over deze pinguïns.)

Na Boulders Beach reden we door naar Cape Point, waar we van een fantastische lunch in het chique restaurant genoten. Ondanks het feit dat Zuid Afrika welvarender is dan de andere Afrikaanse landen waar we geweest zijn, zijn de meeste dingen hier veel goedkoper en de kwaliteit van o.a. accommodatie en eten is erg goed. In Nederland zou een restaurant bij een populaire toeristisch attractie als Cape Point waarschijnlijk te duur, te vet en redelijk smakeloos eten serveren, hier genoot Peter voor 7 euro van een heerlijk malse struisvogelbiefstuk en trakteerde ik mezelf voor een kleine 20 euro op een uitgebreide seafood platter met kreeft. De Kaap is een prachtige, wilde plek – zelfs met slecht weer – en onderweg wisten we tot ons enthousiasme zelfs zebra’s, bavianen, een aantal bokjes en struisvogels te spotten.

De volgende dag reden we over de N2 en door de Karoo naar Oudshoorn, waar we leuke accommodatie vonden in een ‘log cabin’ tussen de bergen en aan een meertje. We bezochten daar het Cango Wildlife Centre, wat onderdak biedt aan o.a. krokodillen, pygmee nijlpaarden, stokstaartjes, otters, cheeta’s, leeuwen, tijgers en een jaguar. Oudshoorn promoot zichzelf als ‘ostrich capital of the world’, dus een bezoekje aan een struisvogel boerderij kon ook niet ontbreken. Struisvogels zijn geweldige beesten/ Met een bijzonder kleine hersenmassa en een trap die dodelijk is, een echte domme kracht. Hun vlees is super mager en heerlijk mals (en daarnaast ook 100% biologisch), hun leer is bijzonder duurzaam en hun veren op sommige plekken in de wereld zeer gewild. Naast een toer van de boerderij zelf, mochten we op een ei gaan staan om te tonen hoe stevig die zijn. Daarna kreeg ik gelegenheid om op een struisvogel te rijden (de jongens waren alle twee te zwaar), wat ik, onder enige groepsdruk dan ook maar deed. Waar ik niet op gerekend had, is dat dit niet stapvoets zou gaan, maar dat dat beest meteen begon te racen, wat een bijzonder hilarisch filmpje van een gillende Marjolein op een rennende struisvogel opleverde (zie weblog).

Na het bezoek aan de struisvogel boerderij, reden we door naar Mossel Bay, om daar de volgende dag te gaan ‘Shark Cage Diving’. De westkust van Zuid Afrika is één van de plekken ter wereld waar witte haaien in grote getale voorkomen. Een aantal tour operators biedt de mogelijkheid om met een boot deze indrukwekkende beesten te gaan ‘spotten’, om vervolgens gezeten in een kooi naast de boot (met je hoofd boven water maar met duikbril zodat je snel even onder water kan kijken) de haai van dichtbij te zien. Maar natuur blijft natuur en daardoor onvoorspelbaar, en wij hadden pech. Na 4 uur wachten kwam er dan eindelijk eens één kleine, en enigszins verlegen haai opdagen, waarvan Rene en ik nog wel even de vin en kop onder water gezien hebben. Een slechte ‘vangst’gezien het feit dat ze meestal tussen de 4 en 8 grotere haaien spotten, die ook vaak wat nieuwsgieriger zijn en met hun neus tegen de hooi aan gaan beuken. Gelukkig was het mooi en waren er vishengels aan boord, zodar Rene gewoon zijn eigen highlight creëerde door een haai(tje) te vangen – overigens geen grote witte.

In Plettenburg Bay – onze volgende stop – viel het kanoen met dolfijnen letterlijk in het water omdat de golven te hoof waren. In plaats daarvan maakten we een prachtige wandeling over het Robberg schiereiland. ‘Freak waves’ creëerden daar een prachtig spektakel door meters hoog op te spatten als we op de rotsen braken. Na Plettenburg reden we door naar Addo Elephant Park, waar we onderdak vonden in sfeervolle rondavels (traditionele ronde huisjes) met bijzonder comfortabele bedden en een heerlijke regendouche. In Addo mag je met eigen voertuig rondrijden en tijdens onze eerste ‘safari’ zagen we bijzonder veel kudu’s (grote antilopen) en wrattenzwijnen maar jammer genoeg leken de olifanten zich een beetje te verstoppen in de bosjes. De volgende dag echter bood olifanten in overvloed. Vanwege de warmte zochten grote kuddes verkoeling bij de waterplaatsen, waar ze uitgelaten dronken, badderden en speelden. Een indrukwekkend billenknijp momentje was toen een enorme bull op slechts 2 meter van de auto langsliep. Na de lunch (kudusteak) hadden we nog meer geluk, en zagen we 3 leeuwen (wel op flinke afstand) en een waterbuffel. Zo waren we de hele dag zoet voor slechts 10 euro p.p.

Na Addo trokken we veder naar het aan de kust geleden Cintsa, waar we de volgende dag een mountainbike toer door de omgeving en een aantal Xhosa dorpjes deden, en ’s middags op een quad door een gamepark reden. Zodra je de Wild Coast (voormalige Transkei) binnenrijdt waan je je weer in het echte Afrika. Overal staan vrolijk gekleurde, traditionele hutjes en de wegen zitten weer vol met gaten. Weg zijn de chique, westerse winkelcentra. In plaats daarvan vindt je de typisch Afrikaanse chaos van mensen, verkeer en rommelige winkeltjes en kraampjes. Blanken zie je nauwelijks meer, en de mensen zijn nieuwsgierig en vriendelijk. Port St Johns, midden in de Wild Coast, viel jammer genoeg wel erg tegen. Het landschap was prachtig, maar de aanwezigheid van een filmcrew betekende dat alle redelijk geprijsde accommodatie vol zat, zodat we uiteindelijk terecht kwamen in een sfeervolle, maar kleine en gehorige cabin die bijna 2 keer zoveel kostte als wat we normaal betaalden. Om deze reden besloten we de volgende dag maar meteen verder te rijden naar Durban. Een korte detour over een onverharde weg leidde naar de Magma Falls, een prachtig watervalletje dat tientallen meters naar beneden stort. Erg leuk, zeker omdat je via een aantal stenen in het waterbij een punt kon komen waar je direct in de afgrond keek. Een meisje uit een nabij gelegen dorpje kwam al enthousiast aanrennen toen ze onze auto zag, en leidde ons vervolgens mee naar een aantal prachtige uitkijkpunten. Een mooie ervaring, zeker omdat wij de enige mensen daar waren, met uitzondering van 3 vrouwen die in het riviertje de was aan het doen waren.

Eenmaal aangekomen in Umkomaas, net onder Durban, zat de reis voor Peter er al weer op. Zaterdag hebben we nog even lekker op het strand gelegen en in de hoge golven gespeeld, zondag zijn we ’s ochtends wezen snorkelen / duiken (wat overigens een beetje tegenviel) en ’s avonds stapte hij op het vliegtuig. Toen was het laatste weekje van de reis voor ons echt aangebroken en konden we nog even met z’n tweeën genieten.

Op maandag 26 mei, reden we van Umkomaas naar de Drakensberg, waar we gezellig onderkomen vonden in een kleine self-catering appartement op een boerderij met prachtig uitzicht over de bergen en een meertje. We hebben nog even geprofiteerd van het mooie weer en de rust en vrijheid door een aantal stevige, en prachtige wandelingen te maken. Daarnaast zijn we een dagje in een nabij geleden Nature Reserve geweest, waar we voor een schijntje een paardrijd tocht gemaakt hebben tussen de giraffen, zebra’s en neushoorns. De laatste hadden we alleen nog maar van heel ver weg gezien, dus om op 30 meter afstand te komen was heel speciaal. Op zaterdag reden we naar Johannesburg en na een laatste bezoekje aan de curio markt, om de laatste souvenirs te kopen en tevens onze oude spullen weg te geven, zat het er echt op.

Photos Capetown to Johannesburg

Capetown to Johannesburg

Het einde van de overland trip is (gelukkig) nabij

De lol van het kamperen is er zo langzamerhand wel van af. Misschien aanvoelend dat het einde van de trip nabij is, beginnen onze spullen het, net iets te vroeg, één voor één te begeven. Na 11 weken nachtelijk comfort geboden te hebben, is ons luchtbed een week geleden lek gegaan. Ondanks meerder plakpogingen zit er nog steeds een klein gaatje in, zodat hij 's nachts nog steeds langzaam leegt loopt. Ook de ritsen van de slaapzakken hebben het begeven en zelfs de rits van mijn rugzak, die ik al 6 jaar heb, is ineens niet mee betrouwbaar. We kunnen dan ook niet wachten totdat we in Kaapstad zijn, mede omdat de groep op dit deel van de trip erg tegenvalt, zoals we al een beetje verwacht hadden. Een combinatie van een aantal jonge mensen met oudere mensen die zich gedragen alsof ze nog 20 zijn, heeft een middelbare-schoolachtige sfeer gecreëerd, waarin het er met name omgaat wie de grootste mond heeft en wie het meest populair is. De meeste mensen zijn ook meer bezig met zichzelf en de rest van de groep dan met het feit dat ze in Afrika zijn. Zodra we op een camping aankomen, rennen ze naar de bar om (soms flink) te gaan drinken en overdag liggen ze in de truck te slapen en missen dus de spectaculaire landschappen van Namibië. Er zijn er zelfs een paar die al een aantal activiteiten, zoals wandelingen en bezoeken aan lokale gemeenschappen of musea gemist hebben - je vraagt je af wat ze hier doen.

Sara, het IJslandse meisje, blijkt steeds vreemder en vervelender te zijn dan ze op het eerste gezicht leek. Zo spreken haar verhalen elkaar totaal tegen en lijkt het regelmatig alsof ze maar gewoon wat zit te verzinnen om indruk te maken. Een aantal weken vertelde ze mij en Nick dat ze nog nooit een vriendje had gehad en daar erg onzeker over was, maar zei later tegen Annie dat ze al 3 serieuze relaties achter de rug had. Als iemand alles maar lijkt te verzinnen dan weet je van niets meer of je het moet geloven, en zo ergeren we ons inmiddels ontzettend als ze weer één of ander bullshit verhaal zit op te hangen om stoer te zijn. Haar neiging om met iedereen mee te lullen maar tegelijkertijd te doen alsof ze van alles verstand heeft is al vervelend, maar daarnaast maakt ze regelmatig heel belerende, onaardige opmerkingen waarin ze iemands manier van doen bekritiseert. Zo heeft ze Ashleigh verteld dat ze overkomt als een lesbienne en haar totaalgebruik totaal niet vrouwelijk is. Als laatste loopt ze al weken als een hondje achter Louka, en laat ze alles vallen zodra hij haar een beetje aandacht geeft, hoewel het al lang duidelijk is dat hij niet echt geïnteresseerd in haar is.

Annie lult ook met alle winden mee omdat ze door iedereen aardig gevonden wil worden. Zo loopt ze regelmatig mensen achter hun rug te bekritiseren maar als puntje bij paaltje komt durft ze niets tegen die persoon zelf te zeggen en is alles ineens ok. Louka is een aardige jongen maar vreselijk egocentrisch en verwend. Zijn ouders sponsoren zijn verblijf van 5 maanden in Afirka en het is duidelijk dat hij nog nooit voor zijn geld heeft moeten werken of überhaupt zich heeft moeten aanpassen aan anderen. Zo zei hij laatst dat hij op vakantie is, dus als hij geen zin heeft om af te wassen, het dan gewoon niet doet, wat betekent dat dezelfde mensen er iedere keer weer voor opdraaien. Hij is werkelijk iedere dag als minstens 1 keer te laat. We hebben inmiddels in totaal al uren op hem zitten wachten. Laatst was Blair (onze reisleider) het zo zat dat Sara, Louka en Mark weer te laat waren na een wandeling langs een aantal rotsschilderingen (tijdens welke ze ondanks meerdere bordjes en het verzoek van de gids, toch van het pad afgingen om over de rotsen te klimmen), dat hij wegreed naar een lunchspot en ze pas 1 uur later op de terugweg ophaalde. Maar zelf die boodschap is niet echt overgekomen.

Rose en Georgia hebben ook rijke ouders, en laten overal hun teringzooi slingeren. Zo leek onze kampeerplek na een dag meer op een woonwagenkamp, vol met lege blikjes, flessen, tijdschriften, kleren en tassen. Voorals Rose heeft het regelmatig over 'daddy' die rechter is en heel hard werkt. Daarnaast loopt ze sinds een verkeerde val tijdens het sandboarden selectief mank, afhankelijk van de hoeveelheid aandacht die ze op dat moment kan genereren.

Mark is voor een vent van 36 behoorlijk dom en clueless, en daarnaast erg lui. Laatst liepen we een nacht in een hostel. Nadat hij straalbezopen terug kwam met Louka en Sam, leeft hij 's nachts op Georgia staan plassen omdat hij dacht dat hij op de WC was. Alles was zeiknat! Grappig verhaal, maar als hij het één van ons geflikt had waren we zo boos geweest, zeker omdat hij dit soort 'wildplassen' regelmatig doet als hij teveel gedronken heeft. Over het algemeen is er gewoon weinig respect voor anderen en houden mensen weinig rekening met de rest van de groep. Het eten is een soort van aanloopbuffet geworden, en het gebeurt regelmatig dat een aantal mensen te laat of helemaal niet komen opdagen voor het eten zonder dat van tevoren te laten weten.

Gelukkig zijn er een aantal die er hetzelfde over denken als wij. Ashleigh en Brett, en daarnaast ook Sheri, die al een flinke aanvaring met Sara heeft gehad, toen die totaal over de rooie ging omdat Sheri niet wilde dat zij ook in de tent die Sheri met Louka deelt kwam slapen. Een hoop drama en irritatie dus. Zoals je je dus kunt voorstellen kijken we er erg naar uit om nog 3 weken met z'n tweeën en drieën rond te reizen (Peter vliegt zaterdag naar Kaapstad om reist 2 weken mee). We roepen inmiddels ook alle twee volmondig: "Een groepsreis, dat nooit meer!".

Etosha to Swakopmund

Namibië - Etosha National Park

Na een lange, vermoeiende rit zijn we aangekomen in Nanutomi campsite in Etosha National Park Vroeger een afgelegen kazerne van het duitse leger, tegenwoordig een luxe safari lodge met kampeer gelegenheid. De camping beschikt over een waterhole waar in het droge seizoen veel wild te zien is. Jammer genoeg zijn we er net na het regenseizoen, dus is er overal water in overvloed. Dit zorgt er mede voor dat het park relatief groen is, wat het gamespotten moeilijker maakt. Gelukkig is er in het park geen schaarste aan wild, dus tijdens onze game drive hebben we veel gezien, zoals springbok, oxyx (gemsbok), giraffen en zebra. 's Avonds tijdens het eten kregen we gezelschap van een aantal 'wilde' jakhalzen die om onze kampeerplek aan het snuffelen waren naar etensresten. De volgende ochtend hebben we weer een gamedrive gedaan met onze eigen truck. Etosha is een van de weinige nationale parken in Afrika waar je zelf mag rondrijden met een 'gewone' auto. De gamedrive was tevens de reis naar de volgende campsite, verderop in het park. Omdat we deze ochtend niet zoveel zagen (na het regenseizoen migreren veel dieren naar het noorden van het park waar je als toerist niet kunt komen) waren we al rond 12:30 op de camping, waar we een rustige middag genoten. Rond 4 uur zijn we nog een keer op pad geweest en toen hadden we meer geluk: 3 leeuwen die een zebra hadden gevangen. Helaas hebben we de 'live kill' niet gezien. Daarentegen was het aanzicht van 3 leeuwen met een prooi genoeg om een tijd lang te kijken, zeker omdat een paar nieuwsgierige jakhalzen genoeg moed probeerden te verzamelen om een stukje van de prooi te stelen. Tegen zonsondergang waren we weer terug in het kamp. Ook hier was een waterhole waar we die avond in onze slaapzakken naar wild hebben zitten kijken. Buiten wat Zebra’s en Jakhalzen hadden we niet zo’n succes.

Wat wel opvallend is, is dat sinds wij in Namibië zijn, het aantal mensen dat per eigen of gehuurde 4x4 reist aanmerkelijk groter is dan de andere Afrikaanse landen die we gezien hebben. Jammer genoeg neemt de concentratie Duitsers ook met de dag toe al zijn de meeste niet zo gek als de Duitser op het eerste deel van de trip.

De volgende dag weer vroeg op pad richting het zuiden. Op de planning stond naast een heel eind rijden ook een overnachting op de campsite van een Cheetapark. Onderweg zijn we nog gestopt in een klein plaatsje met een supergoede bakkerij. Pepersteak pasteitje van topklasse, vandaar dat ik er ook maar meteen twee heb gegeten. Jammer genoeg hebben ze deze pasteitjes niet in Nederland. Na de lunch moeste we op zoek naar het avondeten en de lokale slager bood een uitstekende oplossing namelijk: Oryx oftewel Gemsbok steak. Nog wat groente erbij gekocht en het maal was compleet. Aangekomen bij het Cheetapark konden we op de foto met 3 tamme Cheeta’s die in de achtertuin van de eigenaar leefden. Wel een apart idee om 3 behoorlijk grote roofdieren in je tuin te hebben rondlopen. Na de foto sessie zijn we de tenten gaan opzetten. Vlak voor zonsondergang werden de wilde Cheeta’s gevoerd, dus wij zijn met z’n allen in een aanhanger achter een pick-up truck het omheinde Cheeta reservaat ingereden om te kijken hoe de Cheeta’s gevoerd werden. Voor 20 cheeta’s werd er ongeveer een halve ezel gevoerd.

Na het voeren van de cheeta’s begonnen met het eten. Met een beetje hulp bij de Oryx steaks van de Michelin kok Sam hebben we een heerlijk maal genoten. Hierna is een deel van de groep naar de campingbar vertrokken en tot diep in de nacht doorgezakt. Leuk detail: In een dronken bui was een andere camping gast Sara aan het rondslingeren waarbij hij haar heeft laten vallen met als gevolg een gat in haar hoofd. Door alle alcohol had ze er weinig last van.

De volgende dag hebben we nog een kort bezoek aan een Himba stam gebracht en lekker gerelaxed bij het zwembad. Op een gegeven moment hoorden we een hoop gegrom en we besloten op onderzoek uit te gaan. Tot onze verbazing waren de campingeigenaren bezig met een luipaard die ze een aantal nachten daarvoor in het wild (net buiten de camping) hadden gevangen. Ze waren bezig om het luipaard in een apart verblijf te transporteren, maar het luipaard wilde niet echt meewerken. Daarbij kwam dat hij naar alles wat ook maar in de buurt van de kooi kwam uithaalde. Niet een makkelijke taak dus. Uiteindelijk werd het luipaard vanuit z’n kooi in z’n nieuwe onderkomen gezet en verdween daarna snel in de bosjes. Zijn nieuwe onderkomen was een omheind stuk land met veel bomen waarin hij zich kon verschuilen. Nieuwsgierig als wij waren besloten we te kijken of we hem konden ontdekken. In het begin zagen we hem niet, maar we hoorden een constant diep gegrom, een duidelijk teken dat hij er nog was. Op een gegeven moment zagen we hem ook onder een bosje liggen. Hij hield ons scherp in de gaten. Toen hij doorhad dat wij hem zagen liep hij uit zicht om vervolgens 3 seconden later op volle snelheid een aanval op ons uit voeren. Gelukkig voor ons stond er een flink hek tussen ons en het luipaard, zodat we alleen heel erg schrokken. Nadat we het verhaal aan de rest van de groep hadden verteld zijn er nog een paar dappere mensen gaan kijken en ook zij werden het doel van een aanval van het luipaard.

De volgende dag zijn we richting Twijfelfontein gereden, een bron die zijn naam dankt aan dat hij soms wel water produceert en soms ook niet. Hier hebben we een aantal oude rotstekeningen gezien en een korte wandeling gemaakt. Omdat een aantal mensen uit de groep voorkeur gaf om de rotsen te beklimmen in plaats van bij de gids te blijven (er stonden overal bordjes dat je op de paden moest blijven…) liepen we wat vertraging op, tot grote ergernis van onze chauffeur. Deze besloot dan ook om de mensen die te laat waren achter te laten en pas na de lunch weer op te pikken. Door deze vertraging konden we onze tour bij de Brandberg niet meer doen die dag, dus we hebben een mooi rustig plekje gezocht, ver buiten de bewoonde wereld, en hebben een bushcamp gedaan. De volgende ochtend extra vroeg op om de Wandeling bij Brandberg te maken en “The white lady” te bekijken. The white lady is een oude rotstekening waarvan men in het begin werd gedacht dat het om een afbeelding van een blanke vrouw ging. Later bleek dat het een afbeelding was van een medicijnman in een transformatie fase.

De volgende dag weer vroeg op voor de lange rit naar Spitzkoppe, wederom een bushcamp. Halverwege de dag bereikten we de Atlantische kust. Lunch was op het strand, een stuk frisser dan het strand bij Dar es Salaam. Na de lunch zijn we doorgereden naar Cape Cross waar een van de grootste populaties furseals te vinden is. Dat hebben we geroken, voor de mensen die niet bekend zijn met de stank van een kolonie zeehonden: het is bijna ziekmakend. Toen door naar Spitzkoppe, een gebergte met spitse toppen, vandaar ook de naam. Onderweg naar Spitzkoppe kregen we nog wat problemen met de truck, niets ernstigs gelukkig want het begon al donker te worden. De volgende dag hebben we rondgelopen tussen de bergen en zelfs een wat kleinere beklommen.

Door naar Swakopmund, ook wel de adventure stad van Namibië genoemd. Hier kan je van alles doen, maar wij hebben het gehouden bij sandboarding (met je snowboard van een zandduin af) en quadbiking in de zandduinen (supergaaf). Gelukkig bleven een aantal dagen zodat we ons na twee bushcamps ook weer een beetje konden opfrissen en ook wat meer onze eigen gang gaan. De groep hebben we bewust vermeden, gewoon omdat we iedereen een beetje zat waren en het ook wel lekker vonden om met z’n tweeën wat te doen.

Photos Etosha to Swakopmund

Bushmen to Swakopmund

zaterdag 14 juni 2008

Thoughts on Africa

Travelling across Africa brings up a lot of questions about poverty, local politics and foreign aid. Everywhere you go, people are asking you for something. Giving money to children, became giving sweets 'because we don't want to encourage them to beg’, and then developed into giving useful things like pens and paper. But begging is still begging, although it has evolved accordingly – as demonstrated by the children that shouted at us: "Hey Mzungu, give me pen!" Sometimes it seems that the whole of Africa is holding out their hand. Children ask tourists for money, pens and sweets, adults approach local charities or white business people, and African governments are appealing to Western governments for more foreign aid.

But what is the effect of all this giving and are we really doing them a favour? I was reading Paul Theroux's 'Dark Star Safari'in which he describes his oruney from Cairo to Cape Town, as we were travelling through Malawi and Zambia. His conclusion was that many charities do more harm than good, especially in the long run. A number of African economists argue the same, claiming that for Africa to escape poverty, foreign aid has to cease. And you cannot help but wonder what positive effect decades of giving have had. According to Theroux, Africa has only changed for the worst since he lived there 40 years ago.

I guess you could compare it to parents who are willing to give money every time their offspring ask for it - their children have difficulty become fully self-reliant and responsible when it comes to finances, knowing that there is always something they can fall back onto. Many African governments, in turn, are not dependent on their citizens to generate money through business or personal tax. Instead, they rely on foreign aid to fund their mansions, expensive cars and extravagant holidays. Some politicians, it is claimed, even try to make their countries poorer so that they receive more foreign aid. Why would they care whether the economy is booming and business if flourishing. It only means less power for them.

"Africans..." I have heard several times "...don't think about the long term effects of their actions". They rather make money now, charging exorbitant prices, than think about the effect this will have on future business. But who can blame them? In order to think about the future, to take a short term hit for a long term gain, you need to have some sort of security that your investment will pay off. And with so many insecurities - unstable governments, dictators, wars, famine, floods and AIDS - who wants to think about the future? Who wants to work their ass off today to make money for tomorrow? It's much easier to just hold up your hand.

And that is the sad thing about these charities, many of them, I'm sure, well meant, that there is no longevity. What's the point of setting up a school when there is no one willing or able to run it when you leave? Most of these initiatives are run by white people, and as long as there is no transfer of skills or people that are willing to take over, their efforts relatively futile. And even if you dedicate your life to working as a doctor or a nurse in some remote village, curing the sick and improving the lifespan of locals, what effect have you really had when there is no one to replace you when you die?

Africa, more than any other continent, is flooded with western rejects: second hand clothes, cars that are written off, mobile phones that are out of fashion. Most of it donated or sold to them by rich, first world countries. But if these items continue to be given at little or no cost, how can they ever by stimulated to produce on their own. How can a local textile manufacturer ever compete with free second hand T-shirts?

If disasters and misfortune generate aid, then who can blame the African people that perversely hope for these to occur? Theroux writes how the government of Mozambique gave people money after the floods to rebuild their house. As a result, locals starting praying for another flood. The owner of a campsite that we stayed at in Malawi told us a similar story. After paying his employees redundancy money when the campsite had to be temperarily closed, he found out after re-opening, that his employees were scheming
another shut down so they could receive a second pay out. It took the owner a long time to explain that if this happened, he could not afford to re-open again and they would loose their jobs.

During the day, we often park beside to the road to prepare and eat our lunch. Most of the time, the local community has gathered around us within less than 10 minutes. Sometimes they just watch and wait, sometimes they play and talk to us, sometimes they as for money, sweets, pens or food. And what do you do when you have leftover food. Do you throw it away, knowing that there are people that might be hungry? Or do you give them the leftovers, knowing that next time a trucks pulls up on the same spot there will be even more people hoping to get something, again relying on westerners to help them out?

“Every little helps”, I used to think, but now I’m not so sure. Dependency is not a good thing. Theroux describes how, perversely, those African countries that were boycotted by the west, became more self-reliant, developed more succescful industries and economies, and, ultimately, less poor than those countries who relied heavily on first world aid and donations.

As long as corrupt goverments are uninterested in the plight of their people, ignoring their responsibilties and instead leaving it to foreign aid workers to teach, feed and cure their citizens, I don’t think anything is going to change.