The snorkling beach
Welcome to our weblog!
Op 19 September vertrekken wij voor ruim 8 maanden om door Maleisie, Australie, Nieuw Zeeland en Afrika te reizen. Op deze weblog zullen we regelmatig berichtjes en foto's plaatsen, zodat je onze avonturen kunt volgen. Naarnaast willen wij je uitnodigen om een berichtje voor ons achter te laten of een aanbeveling met plekken of hostels/hotels/campings die de moeite waard zijn.
On 19 September we are leaving for over 8 months to go travelling through Malaysia, Australia, New Zealand and Africa. We will regularly post messages and photos on this weblog so that you can track our adventures. Please feel free to leave your message or recommend places that are worth visiting or staying at.
On 19 September we are leaving for over 8 months to go travelling through Malaysia, Australia, New Zealand and Africa. We will regularly post messages and photos on this weblog so that you can track our adventures. Please feel free to leave your message or recommend places that are worth visiting or staying at.
dinsdag 25 september 2007
Pulau Perhentian - 25 September
After a disappointing day yesterday in the horrible town of Kota Bharu, today made more than up for it. After getting up early this morning, we got the local bus to the small harbor of Kuala Besar, from where we could straight away jump on the speedboat to the Perhentian Islands. Despite the fact that the sea was very calm, it turned out to be a fairly rough ride, as the speed we were going with made even the smallest wave feel like a concrete obstacle. After arrriving on the island we managed to get a very good deal on a lovely little beach bungalow. The rest of the day we spent lying around and snorkling – my first time!There were loads of fish in the coral by the beach (like clownfish and parrot fish that we’re knibbling off the coral), and we even saw a mini shark and a small ray. Tonight’s menu: freshly grilled fish. A tasty finish to a wonderful day!
Kota Bharu - 24 September
Reizen is niet altijd alleen maar leuk en vandaag was niet zo’n geslaagde dag. Het begon allemaal goed. Na een voorspoedige treinreis en allebei een aantal uur geslapen te hebben op onze krappe maar comfortabele bedjes, kwamen we rond 9 uur aan in Wakaf Baharu, al vanwaar we een taxi namen naar Kota Bharu. Ik had me Kota Bharu voorgesteld als een gezellig kuststadje (een beetje zoals Nha Trang in Vietnam), maar niets bleek minder waar. Afgezien van het feit dat het strand ontbreekt is Kota Bharu een typische Aziatische heksenketel, met overal auto’s, brommers, bussen ranzige gebouwen en uithangborden.
Ook het hostel was niet helemaal wat we er van voor hadden gesteld. Toen we om 9:30 binnen liepen was de receptie nog aardedonker, en konden we met moeite een man ontwaren, die op de grond (zijn roes?) lag uit te slapen. Toen hij ons in eerste instantie zag stootte hij wat warrig gebrabbel uit en draaide zich weer om, maar na wat aandringen van René stond hij eindelijk op. Ook de kamer voldeed niet aan de verwachtingen. Een vies hok met een éénpersoonsbed, dat me erg veel deed denken aan een gevangeniscel. In combinatie met de man van de receptie die eruit zag alsof hij zonder problemen onze laptop zou verpatsen voor zijn volgende shot, besloten we hier maar niet te blijven…dus gingen we op zoek naar een ander hotel. 10 minuten later hadden we gelukkig wat gevonden. Een grote kamer, 2-persoonsbed en badkamer met airco, wel iets duurder, maar voor €15 nog steeds ruim binnen het budget. Meteen maar even onze vieze kleren en handdoeken gewassen, die flink stonken, aangezien we ze nat meegenomen hadden in de trein.
En toen gingen we op zoek naar wat te eten… Aangezien we beiden sinds zondagmiddag niet meer gegeten hadden behalve chips en koekjes, hadden we flink honger. Ondanks het feit dat alle straten vol zitten met restaurants en ‘hawker stalls’ (Aziatische eetkraampjes), was er nergens iets te eten te krijgen, omdat Kelantan zwaar Islamitisch is, en alles gesloten is tot zonsondergang vanwege de Ramadan. Uiteindelijk toch nog een bakkertje gevonden waar we wat broodjes konden halen, en met een goed gevulde maag zagen we het allemaal weer wat beter zitten.
Aangezien het ook hier weer knoertheet is en we zin hadden in een beetje ontspanning, besloten we een bus te nemen naar het strand, maar ook dat ging niet helemaal volgens plan. Na een lange en hobbelige busrit met een chauffeur die op basis van zijn rijgedrag het idee leek te hebben een raceauto, in plaats van een bus te besturen, kwamen we aan bij een krottenwijkje aan een ranzige riviermond die rechtstreeks de zee in ging. Een klein verlaten strandje met een hoop troep, een paar loslopende geiten en een bruin zee lag tusssen twee lange muren grote stenen ingeklemd, die aan weerszijden langs de kust liepen. Geen palmbomen, geen strandtentje, geen schaduw. Na een kort rondje over het strand gelopen te hebben terwijl het zweet in stroompjes over ons voorhoofden, ruggen en buiken liep, besloten we maar weer terug te gaan naar de bushalte. Terwijl we op de volgende bus terug wachtten werden we getrakteerd op een plaatje wat de hele trip toch nog wel een beetje de moeite waard maakte: een man op een brommer, met een grote baviaan op schoot.
Net terug gekomen in het hotel besloten we wel weer genoeg meegemaakt te hebben voor één dag en dus hebben we de airco aangezet en zijn we lekker in bed gekropen. Als het allemaal lukt, dalen we morgen een klein stukje af, om vanuit daar de boot naar het duikresort van Pulau Perhentian te gaan. Hopelijk valt dat minder tegen.
Ook het hostel was niet helemaal wat we er van voor hadden gesteld. Toen we om 9:30 binnen liepen was de receptie nog aardedonker, en konden we met moeite een man ontwaren, die op de grond (zijn roes?) lag uit te slapen. Toen hij ons in eerste instantie zag stootte hij wat warrig gebrabbel uit en draaide zich weer om, maar na wat aandringen van René stond hij eindelijk op. Ook de kamer voldeed niet aan de verwachtingen. Een vies hok met een éénpersoonsbed, dat me erg veel deed denken aan een gevangeniscel. In combinatie met de man van de receptie die eruit zag alsof hij zonder problemen onze laptop zou verpatsen voor zijn volgende shot, besloten we hier maar niet te blijven…dus gingen we op zoek naar een ander hotel. 10 minuten later hadden we gelukkig wat gevonden. Een grote kamer, 2-persoonsbed en badkamer met airco, wel iets duurder, maar voor €15 nog steeds ruim binnen het budget. Meteen maar even onze vieze kleren en handdoeken gewassen, die flink stonken, aangezien we ze nat meegenomen hadden in de trein.
En toen gingen we op zoek naar wat te eten… Aangezien we beiden sinds zondagmiddag niet meer gegeten hadden behalve chips en koekjes, hadden we flink honger. Ondanks het feit dat alle straten vol zitten met restaurants en ‘hawker stalls’ (Aziatische eetkraampjes), was er nergens iets te eten te krijgen, omdat Kelantan zwaar Islamitisch is, en alles gesloten is tot zonsondergang vanwege de Ramadan. Uiteindelijk toch nog een bakkertje gevonden waar we wat broodjes konden halen, en met een goed gevulde maag zagen we het allemaal weer wat beter zitten.
Aangezien het ook hier weer knoertheet is en we zin hadden in een beetje ontspanning, besloten we een bus te nemen naar het strand, maar ook dat ging niet helemaal volgens plan. Na een lange en hobbelige busrit met een chauffeur die op basis van zijn rijgedrag het idee leek te hebben een raceauto, in plaats van een bus te besturen, kwamen we aan bij een krottenwijkje aan een ranzige riviermond die rechtstreeks de zee in ging. Een klein verlaten strandje met een hoop troep, een paar loslopende geiten en een bruin zee lag tusssen twee lange muren grote stenen ingeklemd, die aan weerszijden langs de kust liepen. Geen palmbomen, geen strandtentje, geen schaduw. Na een kort rondje over het strand gelopen te hebben terwijl het zweet in stroompjes over ons voorhoofden, ruggen en buiken liep, besloten we maar weer terug te gaan naar de bushalte. Terwijl we op de volgende bus terug wachtten werden we getrakteerd op een plaatje wat de hele trip toch nog wel een beetje de moeite waard maakte: een man op een brommer, met een grote baviaan op schoot.
Net terug gekomen in het hotel besloten we wel weer genoeg meegemaakt te hebben voor één dag en dus hebben we de airco aangezet en zijn we lekker in bed gekropen. Als het allemaal lukt, dalen we morgen een klein stukje af, om vanuit daar de boot naar het duikresort van Pulau Perhentian te gaan. Hopelijk valt dat minder tegen.
Abonneren op:
Posts (Atom)