Kinabatangan riverfront
Welcome to our weblog!
Op 19 September vertrekken wij voor ruim 8 maanden om door Maleisie, Australie, Nieuw Zeeland en Afrika te reizen. Op deze weblog zullen we regelmatig berichtjes en foto's plaatsen, zodat je onze avonturen kunt volgen. Naarnaast willen wij je uitnodigen om een berichtje voor ons achter te laten of een aanbeveling met plekken of hostels/hotels/campings die de moeite waard zijn.
On 19 September we are leaving for over 8 months to go travelling through Malaysia, Australia, New Zealand and Africa. We will regularly post messages and photos on this weblog so that you can track our adventures. Please feel free to leave your message or recommend places that are worth visiting or staying at.
On 19 September we are leaving for over 8 months to go travelling through Malaysia, Australia, New Zealand and Africa. We will regularly post messages and photos on this weblog so that you can track our adventures. Please feel free to leave your message or recommend places that are worth visiting or staying at.
zondag 14 oktober 2007
Kinabatangan National Park - 12 & 13 October
Op vrijdag vertrokken we om half negen ’s ochtends voor een lange reis naar Kinabantangan National Park, één van de beste nationale parken van Maleisië in het noordoosten naar Sabah. We werden vervoerd in een minibus, die door backpackers ook wel ‘flying coffins’ – vliegende dooskisten – genoemd worden. Waarom werd ons al snel duidelijk. Onze minibus vloog met flinke snelheid de bochtige bergweggetjes over, terwijl de chauffeur bij voorkeur andere voortuigen inhaalde voor een blinde bocht of net voordat we bovenop een helling kwamen. De route voerde ons door de bergen van Sabah heen, langs de zeer indrukwekkende Mount Kinabalu, met 4200 meter de hoogste berg van Zuidoost Azië. Na ene flink hobbelige weg, waarbij we regelmatig bijna een halve meter in de lucht vlogen (we zaten dan ook boven het wiel achterin de bus), sloegen we een onverharde weg in. Toen we een half uur echt goed door elkaar geschut waren, kwamen we aan op de plaats van bestemming waar we met de boot afgeleverd weren in ons junglekamp.
Ons onderkomen hier is het meest primitieve dat we tot nu toe meegemaakt hebben. Een piepklein kamertje met twee beden, en een badkamertje met WC, wastafel en koude douche. We kunnen ons nog net langs de bedden wringen. De jungle is prachtig en er is hier enorm veel wildlife te zien. Gisteren hebben we eerst een rivercruise gedaan van 1.5 uur, tijdens welke we een krokodil, een aantal makaken en 3 bomen vol de befaamde probiscus apen hebben gezien! Na het eten was er een night walk in de jungle georganiseerd. Al vrij snel wist onze gids een schorpioen te vinden, en daarnaast liet hij ons een aantal grote insecten, hagedissen, gekko’s en een paar slapende vogeltjes zien. Tijdens de ochtendcruise vandaag zagen we heel veel prachtige vogels, waaronder de neushoornvogel en de kingfisher, een aantal ‘silver leaf’ apen en een grote varaan.
Waar ik het tot nu toe nog niet over gehad heb, is het minder prettige ‘wildlife’van Maleisië, namelijk het ongedierte. Na de eerste kakkerlak gespot te hebben in de Kota Bharu, schrok ik me in de Perhentians de tandjes toen ik ’s nachts op de WC een enorm rood beest zag lopen. Ik had op dat moment geen bril op dus schreeuwde heel hard ‘Kakkerlak!’, maar bij nadere inspectie door René bleek dat het om een mier van 4 cm ging. Deze mieren zijn hier in de jungle geen uitzondering en daar kijken we dus al lang niet meer van op. Ook de muggen zijn op sommige plekken echt heel vervelend. In tegenstelling tot Nederland, waar het gezoem vaak irritanter is dan dat ene kleine bultje wat je er aan over houdt, merk je de muskieten hier nauwelijks op, maar ze laten wel enorme, flink jeukende bulten achter. Vooral in de Perhentian Islands en Kuching zaten we helemaal onder. Dankzij Mosiguard, valt het hier gelukkig wel mee. De kakkerlakken, mieren en muggen zijn echter niets vergeleken bij de bloedzuigers waarmee het hier vol zit. Kleine zwart-rode slijmerige beestjes van zo’n 2 cm lang, die zodra ze bloed ruiken wel 5 cm lang kunnen worden om dan op je huid te kunnen springen en zich eens lekker even vastzuigen. Je komt ook lastig van de krengen af als ze eenmaal op je zitten, zelf als ze zich nog niet vastgezogen hebben. Na onze jungletrek vandaag, had René ineens een bloedvlek op zijn broek zitten – een teken dat een bloedzuiger zich onder zijn shirt had vastgezogen. Gelukkig voor Marjolein, aan wie de taak zou vallen de het beest weg te halen, had hij zich al volgezogen en weer laten vallen, zodat er alleen een bloedend wondje overbleef. Bloedzuigers hebben daarnaast de vervelende gewoonte om een soort van bloedverdunner achter te laten, waardoor je wond nog makkelijk een half uur door blijf bloeden.
Ondanks al dit afzien, genieten we wel met volle teugen van al het moois om ons heen. Het is hier nog zo ongerept en er is zoveel leven, dat je je als mens echt ondergeschikt voelt aan de natuur. En dat is voor ons Nederlanders wel eventjes wennen.
Ons onderkomen hier is het meest primitieve dat we tot nu toe meegemaakt hebben. Een piepklein kamertje met twee beden, en een badkamertje met WC, wastafel en koude douche. We kunnen ons nog net langs de bedden wringen. De jungle is prachtig en er is hier enorm veel wildlife te zien. Gisteren hebben we eerst een rivercruise gedaan van 1.5 uur, tijdens welke we een krokodil, een aantal makaken en 3 bomen vol de befaamde probiscus apen hebben gezien! Na het eten was er een night walk in de jungle georganiseerd. Al vrij snel wist onze gids een schorpioen te vinden, en daarnaast liet hij ons een aantal grote insecten, hagedissen, gekko’s en een paar slapende vogeltjes zien. Tijdens de ochtendcruise vandaag zagen we heel veel prachtige vogels, waaronder de neushoornvogel en de kingfisher, een aantal ‘silver leaf’ apen en een grote varaan.
Waar ik het tot nu toe nog niet over gehad heb, is het minder prettige ‘wildlife’van Maleisië, namelijk het ongedierte. Na de eerste kakkerlak gespot te hebben in de Kota Bharu, schrok ik me in de Perhentians de tandjes toen ik ’s nachts op de WC een enorm rood beest zag lopen. Ik had op dat moment geen bril op dus schreeuwde heel hard ‘Kakkerlak!’, maar bij nadere inspectie door René bleek dat het om een mier van 4 cm ging. Deze mieren zijn hier in de jungle geen uitzondering en daar kijken we dus al lang niet meer van op. Ook de muggen zijn op sommige plekken echt heel vervelend. In tegenstelling tot Nederland, waar het gezoem vaak irritanter is dan dat ene kleine bultje wat je er aan over houdt, merk je de muskieten hier nauwelijks op, maar ze laten wel enorme, flink jeukende bulten achter. Vooral in de Perhentian Islands en Kuching zaten we helemaal onder. Dankzij Mosiguard, valt het hier gelukkig wel mee. De kakkerlakken, mieren en muggen zijn echter niets vergeleken bij de bloedzuigers waarmee het hier vol zit. Kleine zwart-rode slijmerige beestjes van zo’n 2 cm lang, die zodra ze bloed ruiken wel 5 cm lang kunnen worden om dan op je huid te kunnen springen en zich eens lekker even vastzuigen. Je komt ook lastig van de krengen af als ze eenmaal op je zitten, zelf als ze zich nog niet vastgezogen hebben. Na onze jungletrek vandaag, had René ineens een bloedvlek op zijn broek zitten – een teken dat een bloedzuiger zich onder zijn shirt had vastgezogen. Gelukkig voor Marjolein, aan wie de taak zou vallen de het beest weg te halen, had hij zich al volgezogen en weer laten vallen, zodat er alleen een bloedend wondje overbleef. Bloedzuigers hebben daarnaast de vervelende gewoonte om een soort van bloedverdunner achter te laten, waardoor je wond nog makkelijk een half uur door blijf bloeden.
Ondanks al dit afzien, genieten we wel met volle teugen van al het moois om ons heen. Het is hier nog zo ongerept en er is zoveel leven, dat je je als mens echt ondergeschikt voelt aan de natuur. En dat is voor ons Nederlanders wel eventjes wennen.
Kota Kinabalu - 11 October
Na twee drukke dagen dinsdag en woensdag, en een jungletrip in het vooruitzicht, besloten we het donderdag maar rustig aan te doen. Na lekker uitgeslapen en ontbeten te hebben, heeft René Vincent (onze hosteleigenaar) een tijdje geholpen met het downloaden van muziek en het branden van CDs. Vincent was Bob Marley toch wel een beetje zat aan het worden, en wilde weer eens wat andere muziek voor in zijn auto. Daarna zijn we een beetje rond gaan lopen in KK. De lokale markt bezoeken is altijd leuk, en staat garant voor een groot scala aan geuren, kleuren en indrukken. Zo zagen we kaneelstokken van wel 1.5 meter lang, en ook hoe kokos machinaal uit de noot wordt geschraapt, om vervolgens in zakjes verkocht te worden (zie foto’s).
Terug in het hostel stelde Vincent voor om zijn beroemde ‘Salty Baked Chicken’ te maken, en nam ons mee naar de Chinese markt om een aantal echte scharrelkippen te kopen. Terug in het hostel werden de kippen aan het balkon gehangen (zie foto’s) om te drogen, in speciaal papier verpakt, om vervolgens in een enorme wok bedekt met zout te garen. Heerlijk! Met 1 kip per persoon zaten we wel voller dan vol.
Terug in het hostel stelde Vincent voor om zijn beroemde ‘Salty Baked Chicken’ te maken, en nam ons mee naar de Chinese markt om een aantal echte scharrelkippen te kopen. Terug in het hostel werden de kippen aan het balkon gehangen (zie foto’s) om te drogen, in speciaal papier verpakt, om vervolgens in een enorme wok bedekt met zout te garen. Heerlijk! Met 1 kip per persoon zaten we wel voller dan vol.
Abonneren op:
Posts (Atom)